Parasha Vayera 2019 Robert Berns

Uitgewerkte aantekeningen bij radio-uitzending
Vandaag lezen we parashat VaJera, en de Heere verscheen aan Abraham bij de terebinten van Mamre, dat is Hebron, Gen.18:1-22:24, de Haftarah lezing is uit 2 Kon. 4: 1-37, 16 nov. 2019
Uit de bijbel thora gedeelten van vandaag verstaan we dat voor ons normale alledaagse zaken zoals de geboorte van een kind of het vallen van de vroege en de late regen wonderlijker zijn als we nader toezien. In de Bijbel lezen we dat er plasregens, hagelstenen, sneeuw e.d. kan regenen, maar ook brood (manna) en vlees (gevogelte), stof en pulver, zwavel en vuur. Psalm 105: 32
Presentator Robert Berns – 15 november 2019
20 km van Hebron in het heetst van de dag verschijnt God Zelf aan Abraham.
Gen. 18:1 Daarna verscheen de HEERE aan hem bij de eiken van Mamre, toen hij in de ingang van de tent zat en de dag heet werd.
Gen. 18: 25 Er kan toch geen sprake van zijn dat U zoiets doet, dat U de rechtvaardige samen met de goddeloze doodt? Dan zal het zijn: zo de rechtvaardige, zo de goddeloze. Daar kan bij U toch geen sprake van zijn! Zou de Rechter van de hele aarde geen recht doen?
Nadat deze steden verwoest zijn vertrekt Abraham van Mamre naar de Filistijn Gerar. Sodam en Gomorra worden met gewas van de aardbodem omgekeerd door zwavel en vuur. In Zijn toorn denkt God aan het gebed van Abraham en leidde Lot uit deze omkering.
Vele wonderlijke zaken, we zullen er enkele uitdiepen.
Genesis 18: 14 Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zal Ik bij u terugkomen, en Sara zal een zoon hebben!
Het is een retorische vraag “zou voor de Here iets te wonderlijk zijn”. Dezelfde uitdrukking staat in Jeremia 32: 27 Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees. Zou ook maar iets voor Mij te wonderlijk zijn?
Abraham had er ook in verwondering om gelachen maar Sara lachte in ongeloof. Zij wordt zwanger 90 jaar oud. Waarom werd Hagar 14 jaar eerder wel vergunt zwanger te worden. Waarom de baarmoeders toesluiten om Sara? Abimelech ziet Gods wonderlijke ingrijpen in het gezin als Izak geboren wordt. Hij erkent het wonderlijke en sluit een verbond met Abraham te Bersheba.
Als Izak gespeend omstreeks zijn 4e jaar wordt is hij bespot en vernederd. Waarom moest Abraham naar Sara luisteren en Hagar wegzenden? Ismael was wel 20 jaar oud. God zag het verdriet van Hagar en hoorde op wonderlijke wijze de stem van de jongen en opent de waterbron. God wilde Abraham tot het uiterste op de proef stellen. Izak zou het zaad genoemd worden om Izak uit de dood te doen opstaan.
De Psalmist zingt over vele wonderen: in psalm 105:2 zingt Hem, psalmzingt Hem, gewaagt van al zijn wonderen. 3 Beroemt u in zijn heilige naam; het hart van wie de Here zoeken, verheuge zich. 4 Vraagt naar de Here en zijn sterkte, zoekt zijn aangezicht bestendig. 5 Gedenkt aan de wonderen, die Hij heeft gedaan, zijn tekenen en de oordelen van zijn mond, 6 gij nakroost van Abraham, zijn knecht, gij kinderen van Jakob, zijn uitverkorenen.
Psalm 107: 21 Dat zij de Here loven om zijn goedertierenheid en om zijn wonderen aan de mensenkinderen
Psalm 72: 18 Geloofd zij de Here God, de God van Israël, die alleen wonderen doet.
Laten wij bij zijn wonderen tot rust komen op deze shabbat.
Zijn hand herkennen ook als het ons begrip te boven gaat. Inzicht en openbaringen vinden we Daniel 10:1 In het derde jaar van Kores, de koning der Perzen, werd aan Daniël, die Beltesassar genoemd werd, een woord geopenbaard; dat woord was waarheid en sprak van grote nood. En hij gaf acht op dat woord en had aandacht voor het gezicht.
Zo biddend….
Ps. 119:18 Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen uit uw wet.
Genesis 19:24 Toen liet de Here zwavel en vuur op Sodom en Gomorra regenen, van de Here, uit de hemel; 25 en Hij keerde die steden om, benevens de gehele Streek, met al de inwoners der steden en het gewas van de aardbodem.
Matar /Matir מְטִיר = regen, deze regen gaat van de HERE zelf uit. Waar Hij op de troon gezeten is. Dit beschrijft hij:
Daniel 7:9 Terwijl ik bleef toekijken, werden tronen opgesteld, en een Oude van dagen zette Zich neder; zijn kleed was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol; zijn troon bestond uit vuurvlammen, de raderen daarvan uit laaiend vuur; 10 en een stroom van vuur welde op en vloeide voor hem uit; duizendmaal duizenden dienden hem en tienduizend maal tienduizenden stonden vóór hem. De vierschaar zette zich neder en de boeken werden geopend. 11 Toen keek ik toe vanwege het geluid der grote woorden welke de horen sprak; terwijl ik bleef toekijken, werd het dier gedood, zijn lichaam werd vernietigd en prijsgegeven aan de brand van het vuur.
Hier zien we hoe zwavel en vuur uit de hemel regende. Hoe dat in Sodom en Gomorra ging weten we niet.
Lukas 17:30 Op dezelfde wijze zal het gaan op de dag, waarop de Zoon des mensen geopenbaard wordt. 31 Wie op die dag op het dak zal zijn, terwijl zijn huisraad in huis is, ga niet naar beneden om het te halen, en wie in het veld is evenzo, hij kere niet terug. 32 Denkt aan de vrouw van Lot! 33Ieder, die zijn leven zal trachten te behouden, die zal het verliezen, maar ieder, die het verliezen zal, die zal het vernieuwen.
Ben je gereed om alles achter te laten als Hij komt om te oordelen.
Zwavel verpulvert alles. Sodom en Gomorra is als een zoutzee achtergelaten, geen kruid kan er meer opwassen, geen boom kan er meer groeien. Daarvoor werd al gewaarschuwd:
Deut. 29:23 en dat de gehele bodem er zwavel, zout en vuurbrand is, dat hij niet bezaaid wordt en niets laat uitspruiten en er geen gewas uit opschiet, zoals toen Sodom, Gomorra, Adma en Seboïm onderstboven gekeerd werden, die de Here in zijn toorn en grimmigheid onderstboven gekeerd heeft – 24 dan zullen alle volken zeggen: Waarom heeft de Here zo met dit land gedaan? Wat betekent deze geweldig brandende toorn? 25 En men zal antwoorden: Omdat zij verlaten hebben het verbond van de Here, de God hunner vaderen, het verbond dat Hij met hen gesloten had toen Hij hen uit het land Egypte leidde, 26 en omdat zij andere goden zijn gaan dienen en zich daarvoor hebben neergebogen, goden, die zij niet gekend hebben en die Hij hun niet toebedeeld had.
Zijn toorn zal op dezelfde wijze zich keren tegen Gog en Magog
Op dezelfde wijze spreekt Ez. 38:22 Ik zal met hem in het gericht treden door pest en door bloed; stromende regen en hagelstenen, vuur en zwavel zal Ik doen neerregenen op hem, op zijn krijgsbenden en op de vele volken die met hem zijn; 23 Ik zal Mij groot en heilig betonen en Mij doen kennen ten aanschouwen van vele volken; en zij zullen weten, dat Ik de Here ben.
Stromende regen ( גֶּשֶׁם gesjem) en hagelstenen. De Heilige Israëls geeft regen aan zijn volk bij het doen van zijn wil.
Deut. 11: 10 Want het land, waarheen gij komt om het in bezit te nemen, is niet als het land Egypte, waaruit gij getrokken zijt, dat gij na het zaaien kunstmatig moest drenken als een moestuin. 11 Maar het land, waarheen gij trekt om het in bezit te nemen, is een land van bergen en dalen, dat water drinkt van de regen des hemels; 12 een land, waarvoor de Here, uw God, zorgt; bestendig zijn de ogen van de Here, uw God, daarop gericht, van het begin des jaars tot het einde. 13Indien gij nu aandachtig luistert naar de geboden, die ik u heden opleg, zodat gij de Here, uw God, liefhebt en Hem dient met uw ganse hart en uw ganse ziel, 14 dan zal Ik de regen voor uw land op zijn tijd geven, de vroege en de late regen, zodat gij uw koren en uw most en uw olie kunt inzamelen, 15 en Ik zal op uw veld gras geven voor uw vee, zodat gij kunt eten en verzadigd worden.
Psalm 131: 2 Immers heb ik mijn ziel tot rust en stilte gebracht als een gespeend kind bij zijn moeder; 3Israël hope op de Here van nu aan en voor immer.
De wonderen op het gebed van Elisa:
2 Kon. 4: 31 Gechazi nu was voor hen uitgegaan en had de staf op het gelaat van de knaap gelegd; maar er kwam geen geluid en geen levensteken; toen keerde hij terug, hem tegemoet en berichtte hem: De jongen is niet ontwaakt. (haftara)
De kinderloze Sunamitische vrouw die haar kinderloosheid had leren aanvaarden kreeg alsnog een zoon. Tijdens de oogsttijd was hij bij zijn vader in het veld en sterf op schoot van zijn moeder.
De Sunamitische ging naar Elisa en zoals zij ten diepste gelooft ontvangt zij haar zoon uit de dood terug.
Job 5:8 Integendeel, ik zou naar God vragen, en aan God zou ik mijn zaak voorleggen. 9 Hij doet grote, ondoorgrondelijke dingen, wonderen zonder tal. 10 Hij geeft de regen op de aarde, en giet water uit over de velden. 11 Hij verheft geringen tot hoge staat, en treurenden verkrijgen krachtige hulp.
Job antwoord o.a.:
Job 9:10 Hij doet grote, ondoorgrondelijke dingen, ja, wonderen zonder tal.
28:20 Deze wijsheid dan – vanwaar komt zij, en waar toch is de verblijfplaats van het inzicht? 21 Zij is onttrokken aan het oog van al wat leeft, zelfs voor het gevogelte des hemels (engelen) is zij verborgen.
Deze wijsheid was onttrokken aan het oog van voor Job, Elisa, Naomi, en anderen met zoveel bitterheid
Zoals de Landman erop wacht en bleef hopen op vroege en late regen.
Joh. 15 gaat over de Landman en Yeshua de ware wijnstok,
Psalm 80:15 O God der heerscharen, keer toch weder, aanschouw uit de hemel en zie, en sla acht op deze wijnstok, 16 de stek die uw rechterhand heeft geplant, op de zoon die Gij U hebt grootgebracht.
De ranken aan wijnstok dragen meer vruchten als zij maar aan de edele wijnstok verbonden blijven.
Job 37:5 Wonderbaar dondert God met zijn stem; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet; 6 want tot de sneeuw zegt Hij: Val op aarde! en tot de stortregen en de regenstromen: Wordt machtig!
vers 14 Leen toch het oor aan deze dingen, o Job, sta stil en let op Gods wonderen. 15 Begrijpt gij, hoe God hun opdracht geeft, en hoe Hij het licht zijner wolken doet schijnen? 16 Begrijpt gij iets van het zweven der wolken, de wonderwerken van de Volmaakte in kennis,,
Job erkent en antwoordt tenslotte:
Job 42: 2 Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen uwer plannen wordt verijdeld. 3„Wie is het toch, die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand?” Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep.
Job zegt “het is mij te wonderbaar”. Al begrijpen wij alles niet toch wil Hij zijn volk onderwijzen.
De late regens komen direct na het Loofhuttenfeest. De aarde wordt weer zacht gemaakt, de halmen zwellen weer op.
Jes. 55: 10 Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar doorvochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, 11 alzo zal mijn woord, dat uit mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend.
De regen in december en januari zijn er om de planten te laten groeien halmen sterker te maken om vruchten te kunnen dragen.
Amos 4:7 En Ik, Ik heb u de regen onthouden, toen het nog drie maanden vóór de oogst was; en Ik liet het regenen op de ene stad, maar op de andere stad liet Ik het niet regenen; de ene akker werd beregend, en de andere, waarop geen regen viel, droogde uit.
De late regen in april doet de vruchten opzwellen zodat zij gereed worden voor de oogst. Ondergrond nemen overvloedige water op voor het droge seizoen.
Lev. 26:2 Mijn sabbatten zult gij houden en mijn heiligdom ontzien, Ik ben de Here. 3 Indien gij in mijn inzettingen wandelt en mijn geboden nauwgezet in acht neemt, 4 dan zal Ik u te rechter tijd uw regens geven, zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt; 5 de dorstijd zal bij u duren tot de wijnoogst, en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood eten tot verzadiging en veilig in uw land wonen.
Wanneer de regens niet op tijd vallen is dat een teken dat God vertoornd is:
1 Samuël 12: 16 Blijft nu nog staan en ziet dit geweldige dat de Here voor uw ogen doen zal. 17 Is het nu niet de tijd van de tarweoogst? Ik zal tot de Here roepen, dat Hij donderslagen en regen geve. Weet dan en ziet, dat het kwaad groot is, dat gij in de ogen des Heren gedaan hebt door voor u een koning te vragen. 18 Toen riep Samuël tot de Here, en de Here gaf op die dag donderslagen en regen, zodat het gehele volk zeer bevreesd werd voor de Here en voor Samuël, 19 en het gehele volk zeide tot Samuël: Bid voor uw knechten tot de Here, uw God, opdat wij niet sterven, want aan al onze zonden hebben wij nog kwaad toegevoegd door voor ons een koning te vragen.
20 En Samuël zeide tot het volk: Vreest niet; wel hebt gij al dit kwaad bedreven, maar wijkt niet langer van de Here af, dient de Here met uw ganse hart. 21 Gij zult niet afwijken achter de ijdelheden, die baten noch redden kunnen; slechts ijdelheid zijn zij. 22 Want de Here zal zijn volk niet verstoten, om der wille van zijn grote naam. De Here heeft immers verkozen u tot zijn volk te maken. 23 Wat mij betreft, het zij verre van mij, dat ik tegen de Here zou zondigen door op te houden voor u te bidden; ik zal u de goede en rechte weg leren. 24 Vreest slechts de Here en dient Hem trouw met uw ganse hart, want ziet, welke grote dingen Hij onder u gedaan heeft.
Jer. 5:24 zij hebben niet bij zichzelf gezegd: Laat ons toch de Here, onze God, vrezen, die regen geeft, de vroege en late regen, op zijn tijd, die de vaste oogstweken ons bewaart. 25 Uw ongerechtigheden weren deze dingen en uw zonden houden het goede van u terug. 26 Want er worden onder mijn volk goddelozen gevonden; men loert, zoals vogelvangers bukken; zij zetten een strik – mensen vangen zij!
Jeremia 3:3 Aan de wegen hebt gij op hen zitten wachten als een Arabier in de woestijn, en gij hebt het land ontwijd door uw ontuchtigheden en uw boosheid. Zo zijn dan de regenstromen ingehouden en is de late regen niet gekomen; maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij verkiest u niet te schamen.
Niettemin moedigt de Here ons aan om in de bres te staan voorbede om late regens in de tijden van de benauwdheid van Jacob,
Zach. 10:1 Vraagt van de Here regen ten tijde van de late regen. De Here maakt de bliksemschichten; een stortregen zal Hij hun geven, voor iedereen gewas op het veld. ten tijde van late regen bliksemschichten op het veld.
Begrippen als regen dienen als beelden zoals bijv. in het lied van Mozes:
Deut. 32: 1Neigt uw oor, gij hemelen, dan wil ik spreken, en de aarde hore naar de woorden van mijn mond. 2 Mijn leer druipe als regen, mijn rede druppele als dauw, als regenbuien op het jonge groen, en als regenstromen op het kruid; 3 want ik zal de naam des Heren uitroepen; geeft grootheid onze God, 4 de Rots, wiens werk volkomen is, omdat al zijn wegen recht zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij.
Psalm 72:6 6Hij zij als de regen die neerdaalt op het grasland, als regenbuien die de aarde besproeien.
Voordat die tijd aanbreekt, Strijd met Gog in de bergen Samaria en Judea.
Joël 2: 2 Ik zal van u wegdrijven die uit het Noorden en hem verjagen naar een dor en woest land, zijn voorhoede naar de oostelijke zee en zijn achterhoede naar de westelijke zee, en zijn stank zal opstijgen en zijn vuile lucht zal opstijgen, want hij heeft grote dingen gedaan. 21 Vrees niet, o land, jubel en verheug u, want de Here heeft grote dingen gedaan. 22 Vreest niet, gij dieren des velds, want de weiden der woestijn groenen, want het geboomte draagt zijn vrucht, vijgeboom en wijnstok geven hun rijkdom.
23 En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de Here, uw God, want Hij geeft u de leraar ter gerechtigheid (moreh מוֹרֶה); ja, regenstromen ( גֶּשֶׁם gesjem) laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late regen, zoals voorheen. 24 De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de perskuipen van most en olie overstromen. 25 Ik zal u vergoeden de jaren, toen de sprinkhaan (alles) opvrat, de verslinder en de kaalvreter en de knager, mijn groot leger dat Ik op u afzond. 26 Gij zult volop en tot verzadiging eten, en gij zult loven de naam van de Here, uw God, die wonderbaar met u gehandeld heeft; mijn volk zal nimmermeer te schande worden. 27 Dan zult gij weten, dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik, de Here, uw God ben, en niemand anders; mijn volk zal nimmermeer te schande worden.
28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen.
Ez. 39: 28 En zij zullen weten, dat Ik de Here hun God ben, zowel wanneer Ik hen in ballingschap wegvoer onder de volken, als wanneer Ik hen weer in hun eigen land verzamel, zonder dat Ik iemand van hen daarginds achterlaat. 29 En Ik zal mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik mijn Geest over het huis Israëls heb uitgestort, luidt het woord van de Here Here.
Ezechiël 34:26 Ik zal die, ja al wat rondom mijn heuvel ligt, tot een zegen stellen; Ik zal de regen doen neerdalen op zijn tijd, zegenbrengende regens zullen het zijn; 27 het geboomte des velds zal zijn vrucht geven en het land zijn opbrengst. Veilig zullen zij in hun land leven. En zij zullen weten, dat Ik de Here ben, wanneer Ik de stangen van hun juk verbreek en hen bevrijd uit de macht van wie hen knechten. .
Ezechiël 32: 28 En zij zullen weten, dat Ik de Here hun God ben, zowel wanneer Ik hen in ballingschap wegvoer onder de volken, als wanneer Ik hen weer in hun eigen land verzamel, zonder dat Ik iemand van hen daarginds achterlaat. 29 En Ik zal mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik mijn Geest over het huis Israëls heb uitgestort, luidt het woord van de Here Here.
Hoe alledaags dingen als de geboorte van een kind de vroege en late regen ons bepalen bij Gods daden in de heilsgeschiedenis, daarover kunnen we ons verwonderen.
Zacharia 8: 6 Zo zegt de Here der heerscharen: Al zal dit in de ogen van het overblijfsel van dit volk in die dagen te wonderlijk zijn, zou het dan ook in mijn ogen te wonderlijk zijn? luidt het woord van de Here der heerscharen. 7 Zo zegt de Here der heerscharen: Zie, Ik verlos mijn volk uit het land van de opgang en uit dat van de ondergang der zon; 8 Ik breng hen terug en zij zullen binnen Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn, in trouw en in gerechtigheid.
Jeremia 32:17 Ach, Here Here, zie, Gij hebt de hemel en de aarde gemaakt door uw grote kracht en uw uitgestrekte arm; niets zou te wonderlijk zijn voor U, 18 die aan duizenden goedertierenheid bewijst en de ongerechtigheid der vaderen in de boezem van hun kinderen na hen vergeldt, o grote, sterke God, wiens naam is Here der heerscharen, 19 groot van raad en machtig van daad, wiens ogen open zijn over alle wegen der mensenkinderen om aan een ieder te geven naar zijn wegen en naar de vrucht zijner handelingen; tekenen en wonderen gedaan hebt in het land Egypte tot op deze dag, zowel in Israël als onder de mensen, en Uzelf een naam hebt gemaakt, gelijk heden blijkt;
Richteren 13: 18 Maar de Engel des Heren zeide tot hem: Waarom vraagt gij toch naar mijn naam? Immers, die is wonderbaar. 19 Daarop nam Manoach een geitebokje en een spijsoffer en offerde dit op een rots aan de Here. Toen deed Hij een wonder, terwijl Manoach en zijn vrouw toezagen. 20 Terwijl de vlam van het altaar omhoog steeg naar de hemel, voer de Engel des Heren op in de vlam van het altaar.
Hoewel Zijn Naam “Wonderlijk” is, toch werd Hij verworpen door de bouwlieden nochtans is Hij de Hoeksteen.
Mat, 21: 42 Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden; van de Here is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
Yeshua de “More” (מּוֹרֶה), de Leraar der gerechtigheid met woorden als regen
Lukas 10: 23 En Zich afzonderlijk tot de discipelen wendende, zeide Hij: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet. 24 Want Ik zeg u: Vele profeten en koningen hebben willen zien, wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien, en horen, wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord.
Eens te meer zullen we aandacht schenken aan het profetisch woord en dat onderzoeken.
Psalm 111: 2 Groot zijn de werken des Heren, na te speuren door allen die er behagen in hebben. 3 Majesteit en luister is zijn doen, en zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand. 4 Hij heeft voor zijn wonderen een gedachtenis gesticht; genadig en barmhartig is de Here.

Maak jouw eigen website met JouwWeb