Parasha Wajaqhél - Karen Strijker
De Parasha deze week is ‘wajaqhél’ ויקל en Hij vergaderde.
We lezen Exodus 35:1-38:20,
uit de Haftara lezen we 1 Koningen 7:13-26 en 40-50
en we lezen Hebreeën 9:1-11.
Deze Shabat heet Shabat Shqalim -שבת שקלים, de Shabat van de sikkels/shekels.
Opnieuw wordt Exodus 30:11-16 gelezen over het hefoffer, wat elke man moet betalen om aan het onderhoud van de tabernakel te kunnen bijdragen. Elke eerste shabat van de maand Adar, de 12e maand wordt de Shabat zo genoemd.
Deze Parasha begint met het Shabatsgebod, waarbij Moshe waarschuwt dat wie zich er niet aan houdt ter dood gebracht wordt. Daarbij moet men denken aan uitsluiting van het volk, wat in de woestijn een wisse dood betekent. Shabat -שבת- betekent staken, stoppen en zoals God Zijn werk staakte op de zevende scheppingsdag, zo is dit ook bedoeld voor de mens, die toch naar Zijn Beeld geschapen is. Shabat houden is het verbond met God vieren.
Opnieuw volgt dan een hefoffer, met de nadruk op de vrijwilligheid hiervan, anders dan bij het hefoffer uit Exodus 30, wat een opgelegd offer was. Het volk brengt zoveel zilver, goud, koper, kleuren en wol dat het teveel is. Het is mooi om dit te lezen: men brengt het graag!
De aanstelling van Bezaleël (zijn naam betekent: in de schaduw van God) en Aholiabh (Vader is mijn tent) wordt een feit en er volgt een gedetailleerde beschrijving van de bouw van de Tabernakel: men begint met de buitenkant, werkt dan naar binnen, naar het heilige der heiligen met alle gouden stukken en het allerbelangrijkste: de Ark. Daarna begint de bouw van het koperen wasvat en toebehoren.
Op Jom Kipur zien we dit gegeven terug als Aharon ook eerst begint met het heiligen van de binnenkant en daarna naar buiten toe werkt, naar het volk toe. In de Haftara wordt de bouw van de Tempel beschreven met het noemen van de twee koperen pilaren: Jachin (Hij vestigt) en Boaz (in Hem is kracht). Dit moeten twee fantastisch mooie bouwwerken zijn geweest als we de gedetailleerde bouw zo lezen.
De Hebreeënschrijver vestigt de aandacht op de Hogepriester, Die gekomen is door een veel betere en hogere tabernakel, niet met handen gemaakt. Hier breekt het abrupt af, maar volgende week wordt dit hoofdstuk verder behandeld in de Parashalezing.. Wordt vervolgd!anavond We lezen Exodus 35:1-38:20, uit de Haftara lezen we 1 Koningen 7:13-26 en 40-50 en we lezen Hebreeën 9:1-11.
Deze Shabat heet Shabat Shqalim -שבת שקלים, de Shabat van de sikkels/shekels. Opnieuw wordt Exodus 30:11-16 gelezen over het hefoffer, wat elke man moet betalen om aan het onderhoud van de tabernakel te kunnen bijdragen.
Elke eerste shabat van de maand Adar, de 12e maand wordt de Shabat zo genoemd.
Deze Parasha begint met het Shabatsgebod, waarbij Moshe waarschuwt dat wie zich er niet aan houdt ter dood gebracht wordt. Daarbij moet men denken aan uitsluiting van het volk, wat in de woestijn een wisse dood betekent. Shabat -שבת- betekent staken, stoppen en zoals God Zijn werk staakte op de zevende scheppingsdag, zo is dit ook bedoeld voor de mens, die toch naar Zijn Beeld geschapen is.
Shabat houden is het verbond met God vieren.
Opnieuw volgt dan een hefoffer, met de nadruk op de vrijwilligheid hiervan, anders dan bij het hefoffer uit Exodus 30, wat een opgelegd offer was. Het volk brengt zoveel zilver, goud, koper, kleuren en wol dat het teveel is. Het is mooi om dit te lezen: men brengt het graag!
De aanstelling van Bezaleël (zijn naam betekent: in de schaduw van God) en Aholiabh (Vader is mijn tent) wordt een feit en er volgt een gedetailleerde beschrijving van de bouw van de Tabernakel: men begint met de buitenkant, werkt dan naar binnen, naar het heilige der heiligen met alle gouden stukken en het allerbelangrijkste: de Ark. Daarna begint de bouw van het koperen wasvat en toebehoren.
Op Jom Kipur zien we dit gegeven terug als Aharon ook eerst begint met het heiligen van de binnenkant en daarna naar buiten toe werkt, naar het volk toe. In de Haftara wordt de bouw van de Tempel beschreven met het noemen van de twee koperen pilaren: Jachin (Hij vestigt) en Boaz (in Hem is kracht). Dit moeten twee fantastisch mooie bouwwerken zijn geweest als we de gedetailleerde bouw zo lezen.
De Hebreeënschrijver vestigt de aandacht op de Hogepriester, Die gekomen is door een veel betere en hogere tabernakel, niet met handen gemaakt.
(Zie het Jaïr artikel: het bloed van het verbond - Hebreeën 9:1-11)
Karen Strijker - Na'aleh Israël
Maak jouw eigen website met JouwWeb